Je kent het wel: die onderhandelingen aan een lange tafel, met koffie die koud wordt en stapels papier die maar niet slinken. Uiteindelijk komt er een akkoord op tafel.
▶Inhoudsopgave
Iedereen roept dat het een prachtig resultaat is, maar stiekem weet iedereen dat er flink is geschipperd. De hamvraag is: wie heeft er nou eigenlijk het meeste op moeten geven? In de formatie van 2024 was de spanning voelbaar.
De VVD, het CDA, D66 en de nieuwkomer NSC moesten samen een kabinet vormen.
Het werd een akkoord vol compromissen. Sommige partijen kwamen als winnaar uit de bus, anderen moesten hun principes opzijzetten. Laten we eens kijken welke partij het zwaarst heeft moeten inleveren.
De VVD: De kunst van het vasthouden
De VVD, onder leiding van de formateur, trad aan met een duidelijk doel: veiligheid en economische stabiliteit. In het begin leek het alsof ze weinig hoefden in te leveren.
Ze kregen hun zin op het gebied van veiligheid en justitie. Toch was er één groot offer: de immigratieplannen.
De VVD wilde strengere asielregels, maar moest hierop flink inleveren om de andere partijen tevreden te houden. Waar ze in de campagne nog riepen dat ze de instroom wilden beperken, gingen ze in het akkoord akkoord met een mildere aanpak. Het was een klassiek voorbeeld van een compromis.
De VVD leverde in op hun hardste campagnepunten, maar won op het gebied van economisch beleid. Toch voelde dit voor veel kiezers als een stap terug. Op het gebied van financiën hield de VVD redelijk stand. De lastenverlichting die ze beloofden, bleef grotendeels overeind.
De economische cijfers
Maar de investeringen in klimaat en woningbouw waren hoger dan vooraf gedacht.
Dit betekende dat de VVD moest accepteren dat de overheid meer uitgaf dan ze misschien wilde. Het was een offer dat ze brachten voor de stabiliteit van het kabinet.
Het CDA: De worsteling met de identiteit
Het CDA begon de formatie met een flinke dosis onzekerheid. De partij zat in een hoek waar de klappen vielen.
In de campagne verloren ze veel stemmen, en in het akkoord moesten ze flink water bij de wijn doen. Het CDA wilde graag extra investeren in de landbouw en de regio. In het akkoord kregen ze hier gedeeltelijk gelijk in, maar het moest ten koste gaan van andere plannen.
Vooral op het gebied van klimaat en stikstof moest het CDA flink inleveren.
Waar ze in de campagne nog pleitten voor een harde aanpak van de uitstoot, gingen ze akkoord met een versnelling van de woningbouw, wat ten koste ging van de natuurplannen. Daarnaast moest het CDA accepteren dat hun traditionele kernwaarden, zoals rentmeesterschap en solidariteit, werden bijgesteld. Het akkoord bevatte plannen voor een flexibelere arbeidsmarkt, iets waar het CDA traditioneel terughoudend tegenover stond. Dit was een duidelijk signaal dat de partij moest inleveren om aan te blijven.
D66: De groene droom versus de realiteit
D66 kwam de formatie in met hoge verwachtingen op het gebied van klimaat en onderwijs.
Ze wilden een groen akkoord en meer geld voor het onderwijs. In het begin leek het alsof ze weinig hoefden in te leveren, maar al snel bleek dat de realiteit harder was. Op het gebied van klimaat moest D66 flink inleveren. Waar ze hoopten op een snelle afbouw van de gaswinning en een strengere aanpak van de industrie, werden de plannen afgezwakt.
Het akkoord bevatte maatregelen, maar ze waren minder rigoureus dan D66 had gehoopt. De investeringen in duurzame energie waren weliswaar hoog, maar de deadline voor het halen van de klimaatdoelen werd opgeschoven.
Ook op het gebied van onderwijs moest D66 inleveren. Ze wilden meer geld voor leraren en kleinere klassen, maar het akkoord bevatte alleen een loonsverhoging voor leraren, zonder extra investeringen in de klassengrootte.
Dit was een teleurstelling voor de partij die altijd hoog inzet op goed onderwijs.
NSC: De nieuwkomer onder druk
NSC, de nieuwkomer onder leiding van Pieter Omtzigt, kwam de formatie in met een frisse blik en een duidelijk verhaal: transparantie en bestrijding van fraude. In het begin leek het alsof ze weinig hoefden in te leveren, maar al snel bleek dat de realiteit van het formeren harder was.
NSC wilde een grondige hervorming van de belastingen en een betere bestrijding van fraude.
In het akkoord kregen ze hier gedeeltelijk gelijk in, maar het moest ten koste gaan van andere plannen. Vooral op het gebied van migratie moest NSC flink inleveren. Waar ze in de campagne nog pleitten voor een strengere aanpak, gingen ze akkoord met een milder beleid.
Daarnaast moest NSC accepteren dat hun plannen voor een betere democratie werden afgezwakt. Het akkoord bevatte maatregelen voor meer transparantie, maar de invoering ervan werd uitgesteld. Dit was een duidelijk signaal dat de nieuwkomer moest wennen aan de compromissen van de Haagse politiek.
De winnaar van het inleveren
Als we kijken naar de cijfers en de plannen, is er één partij die eruit springt qua inleveren: het CDA. Hoewel alle partijen water bij de wijn moesten doen, was de impact voor het CDA het grootst.
Ze moesten flink inleveren op hun kernwaarden en hun plannen voor de landbouw.
Daarnaast verloren ze veel stemmen in de campagne, wat hun onderhandelingspositie verzwakte. De VVD moest inleveren op immigratie, maar won op economisch gebied. D66 moest inleveren op klimaat en onderwijs, maar hield vast aan hun groene imago.
NSC moest wennen aan de compromissen, maar kreeg wel een plek aan de onderhandelingstafel. Het CDA daarentegen moest zowel op inhoud als op positie inleveren. Ze moesten accepteren dat hun traditionele beleid werd bijgesteld en dat ze minder invloed hadden dan voorheen. Dit maakt het CDA de partij die het meeste heeft ingeleverd in het akkoord van 2024.
Conclusie: De prijs van de macht
Politiek is een spel van geven en nemen. In het regeerakkoord van 2024 moesten alle partijen offers brengen.
Sommige offers waren groter dan andere. Het CDA moest het meeste inleveren, zowel op inhoud als op positie. Maar ook de andere partijen moesten flink water bij de wijn doen.
Uiteindelijk is het akkoord een evenwichtige mix van plannen, maar de vraag is of de kiezers hier tevreden mee zijn.
De komende jaren zal blijken of de offers die zijn gebracht, het waard waren. Voor nu kunnen we concluderen welke coalitiepartij het meeste heeft ingeleverd in het akkoord van 2024.
Veelgestelde vragen
Wat was de coalitie in 2024?
De formatie van 2024 zag een samenwerking tussen de VVD, CDA, D66 en NSC. Na lang onderhandelen werd een akkoord bereikt waarin de partijen compromissen moesten sluiten, met name op het gebied van immigratiebeleid, om een stabiel kabinet te vormen.
Is er al een kabinet gevormd in 2026?
Nee, er is in 2026 nog geen kabinet gevormd. Het kabinet-Jetten, het resultaat van de Tweede Kamerverkiezingen van 2025, is nog steeds in functie. De formatie voor 2024 heeft geleid tot het kabinet-Schoof, dat in 2026 is afgedaan.
Wat is de formatie van het kabinet voor 2024?
De formatie van het kabinet in 2024 was een intens proces van onderhandelingen tussen de verschillende politieke partijen, waaronder de VVD, CDA, D66 en NSC. Na weken van discussies en compromissen werd uiteindelijk een akkoord bereikt dat leidde tot de vorming van het kabinet-Schoof.
Welke partijen zaten er in het kabinet?
Het kabinet-Schoof, gevormd na de formatie van 2024, bestond uit de VVD, CDA, D66 en NSC. Elke partij had invloed op verschillende beleidsgebieden, maar moest bereid zijn om te compromitteren om een stabiele coalitie te behouden.
Is Schoof nog premier?
Nee, Dick Schoof was de partijloze minister-president van Nederland in het kabinet-Schoof, dat van 2 juli 2024 tot en met 23 februari 2026 functioneerde. Hij is nu niet meer de premier, aangezien het kabinet is afgelopen.