Stel je voor: je zit in de kroeg, het biertje is koud, en je buurman begint over de verkiezingen. "Ik weet niet wat ik moet stemmen, ik vind beide linkse partijen wel wat." Je knikt, want herkenbaar.
▶Inhoudsopgave
GroenLinks-PvdA en de SP, ze zitten allebei links in het politieke spectrum, maar als het gaat om inkomen, belasting en toeslagen, zitten ze soms verder uit elkaar dan je denkt. Het gaat hier niet alleen over een groen of rood logo, het gaat om harde euro's op je rekening. Laten we het eens even lekker helder op een rijtje zetten, zonder ingewikkelde ambtelijke taal.
De basis: Wie zijn ze eigenlijk?
Voordat we in de cijfers duiken, even de basis. GroenLinks-PvdA is sinds kort een sterke eenheid.
Ze zijn ontstaan uit een samenvoeging van een groene partij (GroenLinks) en een arbeiderspartij (PvdA). Je kunt ze zien als de progressieve, groene elite die ook wil zorgen voor de gewone man en vrouw, maar dan met een focus op duurzaamheid en klimaat. De SP, de Socialistische Partij, is de klassieke straatvechter.
Hun wortels liggen in de klassenstrijd, en ze zijn er voor de mensen die zich vaak vergeten voelen door de Haagse politiek.
Beide willen ze dat de rijken meer betalen, maar de manier waarop verschilt.
Belastingen: Wie betaalt de rekening?
Het grootste verschil zit hem in de inkomstenbelasting. Dit is het geld dat je maandelijks inlevert voordat je het überhaupt op je rekening ziet.
De schijven en de percentages
Stel, je verdient een modaal salaris. GroenLinks-PvdA wil de belastingen voor lage en middeninkomens verlagen. Ze pleiten voor een eerlijker stelsel waarbij de eerste schijf (de eerste euro's die je verdient) minder belasting krijgt. Ze willen de lasten voor werkenden verlagen en dit compenseren door belasting op vermogen (spaargeld en aandelen) en grote bedrijven flink te verhogen.
Ze zijn fan van een sterke overheid die investeert in openbaar vervoer en scholen, en dat geld moet ergens vandaan komen. De SP gaat nog een stapje verder in herverdeling.
Ze willen een drie-schijvenstelsel. De eerste schijf (tot ongeveer 35.000 euro) zou een stuk lager belast moeten worden, soms zelfs tot 30% of minder.
De hogere inkomens (vanaf zo’n 75.000 euro) moeten juist meer gaan betalen, tot wel 60% of meer. De SP wil af van de zogenoemde 'vermogensrendementsheffing' zoals we die nu kennen en deze vervangen door een eerlijker systeem waarbij je pas belasting betaalt als je echt winst maakt, maar wel met een hoger tarief voor de allerrijksten. Waar GroenLinks-PvdA soms nog wat terughoudend is om de allerhoogste inkomens direct extreem zwaar te belasten (omdat ze ook de economie willen stimuleren), gooit de SP de knuppel er vol in. Bij de SP betaalt de directeur van een groot bedrijf aanzienlijk meer dan bij GroenLinks-PvdA.
Werk en loon: Wat blijft er over?
Het gaat niet alleen om belasting, maar ook om wat er op je loonstrookje staat. GroenLinks-PvdA wil het minimumloon verhogen, maar ze doen dit graag in combinatie met maatregelen die werken lonend maken.
Ze zijn groot voorstander van het verlagen van de werkdruk en het investeren in scholing. Ze geloven in een loonstijging die meegaat met de inflatie, zodat je koopkracht niet achteruitgaat. De SP is hier de onverschrokken voorvechter van een hoger minimumloon.
Zij pleiten al jaren voor een structurele verhoging naar 14 euro per uur (of meer, afhankelijk van de actuele stand van zaken).
De SP vindt dat werken altijd moet lonen en dat de afstand tussen de laagste en de hoogste lonen kleiner moet worden. Waar GroenLinks-PvdA soms nog overleggen met werkgevers stimuleert, is de SP directer: een hoger wettelijk minimumloon is simpelweg nodig.
Toeslagen: De steun voor de lage inkomens
Hier wordt het echt interessant voor mensen met een kleine beurs. De toeslagen (huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag) zijn een complex web waar veel mensen in vastlopen.
Beide partijen zijn het erover eens dat het huidige toeslagenstelsel kapot is.
De affaire bij de Belastingdienst heeft laten zien dat het systeem te streng en ondoorzichtig is. GroenLinks-PvdA wil het toeslagenstelsel hervormen, maar vooral versoepelen. Ze willen de zorgtoeslag en huurtoeslag vereenvoudigen, zodat mensen niet met terugbetalingen worden geconfronteerd na een kleine inkomensstijging.
Ze willen een vangnet dat soepeler werkt. De SP wil veel radicaler ingrijpen.
Ze zijn groot voorstander van een basisinkomen of in ieder geval een basisvoorziening die niet afhankelijk is van ingewikkelde berekeningen. De SP wil af van de hersteloperatie toeslagen en direct zorgen dat mensen hun geld krijgen. Waar GroenLinks-PvdA praat over 'hervormen', wil de SP vaak 'afschaffen en vervangen' als het echt niet goed werkt. Beide partijen willen de kinderopvangtoeslag omzetten in een directe vergoeding aan de opvang, zodat ouders niet voor financiële verrassingen komen te staan.
Huisvesting: Een dak boven je hoofd
Inkomensbeleid is ook wonen. Een woning is je grootste kostenpost.
GroenLinks-PvdA zet in op een flinke bouw van sociale huurwoningen en middenhuur. Ze willen de verhuurdersheffing afschaffen (belasting voor verhuurders) om de huurprijzen te drukken. Ze zijn voorstander van een eerlijke huurcommissie en willen dat er meer betaalbare woningen komen voor starters.
De SP is historisch de partij van de huurders. Ze willen een directe huurbevriezing voor sociale huur en een maximum huurprijs per vierkante meter.
De SP is vaak kritischer op corporaties en eist meer transparantie. Waar GroenLinks-PvdA de markt wil reguleren, wil de SP harder ingrijpen in de vrije sector om te voorkomen dat huisjesmelkers toeslaan.
De koopkracht: Wat betekent dit voor jou?
Uiteindelijk draait het om de koopkracht. Wie houdt er aan het einde van de maand meer over? Volgens berekeningen van onder andere de Rabobank (die partijen langs de meetlat leggen) laten beide partijen de koopkracht voor lage en middeninkomens stijgen.
Echter, de manier verschilt. GroenLinks-PvdA haalt het geld vooral uit belasting op vermogen en milieu.
Ze investeren in openbaar vervoer en groene energie, wat op de lange termijn geld bespaart (en oplevert). Hun aanpak is gericht op een stabiele economie waar iedereen van profiteert, zonder teveel schokken.
De SP zorgt voor een directe inkomensstijging voor de laagste groepen door belastingverlaging op lage inkomens en hogere minimumlonen. Hun effect op de economie is soms wat onzekerder volgens critici, maar hun directe impact op de portemonnee van de minima is vaak groter op de korte termijn.
Conclusie: Kies je voor hervormen of revolutie?
Als je kijkt naar inkomensbeleid, is het verschil duidelijk. GroenLinks-PvdA is de progressieve hervormer.
Ze willen een moderne samenleving waarin iedereen meedoet, met een sterke focus op klimaat en duurzaamheid.
Hun beleid is een mix van lastenverlichting voor werkenden en investeringen in de toekomst. Ze zijn pragmatisch en zoeken de samenwerking. De SP is de onvermoeibare waakhond voor de laagste inkomens.
Ze willen een directe herverdeling van rijk naar arm, met een voorkeur voor sterke overheidsingrepen en een maximum aan wat de rijken mogen verdienen ten opzichte van de armen. Beide partijen willen dat jij meer te besteden hebt, maar het verschil tussen GroenLinks-PvdA en SP op inkomensbeleid is dat de één kiest voor groene economische groei, terwijl de ander inzet op een directe aanpak van ongelijkheid.
Of je nu kiest voor de groene pragmatiek van GroenLinks-PvdA of de rode strijd van de SP, beide beloven ze een eerlijker verdeling van de welvaart. De keuze is aan jou: ga je voor de lange termijn investering of de directe steun in de rug?