Partijvergelijkingen beleidspunten

Wat vinden partijen van de rol van de overheid in de economie?

Femke de Vries Femke de Vries
· · 6 min leestijd

Stel je voor dat je met vrienden in de kroeg zit en het hebt over geld. Over boodschappen die duurder worden, huizen die onbetaalbaar zijn en je salaris dat misschien wel stijgt, maar niet genoeg.

Inhoudsopgave
  1. De basis: twee kampen
  2. De linkse partijen: De overheid als stuurman
  3. Rechts en populistisch: Eigen volk eerst
  4. De economische cijfers en de toekomst
  5. Hoe kies je?

Op dat moment gaat het eigenlijk altijd over één ding: wat moet de overheid hieraan doen? Moet de regering flink ingrijpen of juist zo min mogelijk? Dit is dé vraag die Nederland al jaren bezighoudt en waar politieke partijen flink over verschillen. Laten we eens kijken wat ze willen, zonder dat het saai wordt.

De basis: twee kampen

In de politiek draait het vaak om twee ideeën. Aan de ene kant heb je de groep die vindt dat de markt het beste werkt.

Dat betekent: bedrijven moeten vrij zijn om te doen wat ze willen, zonder te veel regels. Aan de andere kant heb je de groep die vindt dat de overheid moet ingrijpen om te zorgen dat iedereen een eerlijke kans krijgt. Dit is een beetje simpel gezegd, maar het helpt om te begrijpen waarom partijen soms zo ruziën.

De VVD staat bekend als de partij van de vrije markt. Hun idee is simpel: als bedrijven winst maken, groeit de economie en dat zorgt voor banen.

De VVD: De markt als motor

Ze willen niet te veel belasting heffen, want dan blijven ondernemers weg.

Een bekend voorbeeld is hun standpunt over de vennootschapsbelasting. De VVD wil deze belasting verlagen, zodat het voor bedrijven aantrekkelijker wordt om in Nederland te investeren. Ze geloven dat als het goed gaat met de bedrijven, het uiteindelijk ook goed gaat met de werknemers. Wel willen ze dat de overheid zorgt voor een stabiele basis, zoals goede infrastructuur en veiligheid. Maar verder?

De markt regelt het. D66 zit een beetje in het midden, maar wel met een eigen kleur.

D66: De sociale markteconomie

Ze geloven in de markt, maar niet zonder vangnet. D66 vindt dat de overheid moet investeren in kennis en onderwijs. Waarom? Omdat een slimme bevolking de motor is van een sterke economie.

Ze zijn ook groot fan van innovatie. Je hoort ze vaak praten over startups en nieuwe technologie.

De overheid moet hier ruimte voor geven, bijvoorbeeld door subsidies voor schone energie. Tegelijkertijd willen ze dat iedereen meedoet. Ze zijn dus voor een economie waarbij marktwerking en sociale zekerheid hand in hand gaan.

De linkse partijen: De overheid als stuurman

Als we naar de linkerkant van het spectrum kijken, verandert het beeld.

Hier is het vertrouwen in de vrije markt een stuk kleiner. Partijen zoals de PvdA en GroenLinks (die vaak samenwerken) en de SP vinden dat de overheid veel meer moet sturen. Bij PvdA en GroenLinks draait het om eerlijkheid.

Ze zien dat de economie groeit, maar dat de rijken daar harder van profiteren dan de armen. Hun oplossing? De overheid moet geld herverdelen.

De combinatie PvdA/GL: Eerlijk delen

Dat betekent dat ze hogere belastingen willen voor mensen met een hoog inkomen en grote bedrijven.

Denk aan concerns zoals Shell of grote techbedrijven. Ze willen dat deze bedrijven meer betalen aan de samenleving. Ook willen ze dat de overheid actief investeert in woningbouw en duurzame energie. Volgens hen is de markt namelijk te kortzichtig om zelf de klimaatcrisis op te lossen.

De overheid moet de touwtjes stevig in handen nemen. De SP gaat nog verder.

De SP: De menselijke maat

Zij zijn vaak kritisch op grote bedrijven en de macht van de markt. Hun motto is eigenlijk: de economie moet dienen voor de mensen, niet andersom. De SP wil een rijkdombelasting, zodat mensen met veel vermogen meer bijdragen.

Ze zijn ook fel tegen privatisering. Denk aan de zorg of het openbaar vervoer.

Volgens de SP hoort dit niet in handen van bedrijven die winst willen maken, maar bij de overheid. Waar de VVD zegt ‘laat de markt werken’, zegt de SP ‘bescherm de burger tegen de markt’.

Rechts en populistisch: Eigen volk eerst

Er is ook een andere stroming die de laatste jaren groot is geworden.

PVV: De overheid beschermt

Partijen zoals de PVV en het BBB (BoerBurgerBeweging) hebben een eigen kijk op de economie. Het is niet altijd klassiek links of rechts. De PVV wil een sterke overheid, maar dan anders dan de linkse partijen.

Ze willen geen hogere belastingen voor de rijken per se, maar wel dat de overheid de burger beschermt tegen te veel buitenlandse invloeden. Ze zijn voorstander van de AOW (de ouderenuitkering) op je 65ste en willen dat de overheid geld uittrekt voor de zorg.

BBB: De regio centraal

Tegelijkertijd willen ze de belastingen voor gewone burgers verlagen. Hun idee van een goede economie is een economie waarin Nederlanders op de eerste plek komen, met een overheid die zorgt voor een sterke basis.

De BBB, oftewel BoerBurgerBeweging, is ontstaan uit protest tegen stikstofregels. Hun visie op de economie is gericht op de regio en de landbouw. Ze vinden dat de overheid te veel van bovenaf beslist zonder te luisteren naar de mensen op het platteland. De BBB wil dat de overheid de economie stimuleert door ruimte te geven aan boeren en lokale ondernemers. Ze zijn voor een overheid die helpt in plaats van verbiedt, vooral als het gaat om landbouw en natuurbeheer.

De economische cijfers en de toekomst

Hoewel de meningen verschillen, gaat het in de politiek altijd over cijfers.

  • De economische groei (hoeveel groeit de economie?)
  • De koopkracht (hoeveel kunnen we kopen met ons geld?)
  • De werkgelegenheid (hoeveel banen komen erbij?)

De overheid maakt plannen en rekent uit wat het kost. Dit doen ze bijvoorbeeld met hulp van het Centraal Planbureau (CPB). Dit instituut berekent de gevolgen van partijprogramma’s voor de economie. Ze kijken naar zaken als:

Partijen gebruiken deze cijfers om hun plannen te verkopen. De een belooft meer koopkracht door belastingverlaging, de ander door hogere uitkeringen. Het is een ingewikkelde puzzel, maar het doel is altijd hetzelfde: een betere economie voor de burgers.

Hoe kies je?

Als je nu naar de stembus gaat of gewoon nadenkt over je stem, is het handig om te bedenken wat jij belangrijk vindt.

Vind je dat de overheid moet zorgen voor een eerlijke verdeling, of juist voor zo min mogelijk bemoeienis? Wil je dat de overheid investeert in duurzame energie en woningbouw, of wil je dat ze de belastingen verlaagt?

De partijen hebben allemaal een duidelijk beeld van hoe zij kijken naar de rol van de overheid in de economie. De VVD en D66 kiezen voor een economie gestuurd door de markt, met hier en daar een vangnet. PvdA, GroenLinks en de SP willen dat de overheid de touwtjes strakker in handen neemt om ongelijkheid te bestrijden. En partijen zoals de PVV en BBB willen een overheid die de eigen burger en de regio beschermt.

Uiteindelijk is er geen eenvoudig antwoord. De economie is een complex systeem.

Maar door te begrijpen wat partijen willen, kun je een keuze maken die bij jou past. Het gaat erom wat jij belangrijk vindt: vrijheid voor bedrijven of bescherming voor de burger. En misschien wel een mix van beide.


Femke de Vries
Femke de Vries
Gemeenteraad expert en politiek commentator

Femke analyseert lokale politiek en burgerparticipatie in Nederland.

Meer over Partijvergelijkingen beleidspunten

Bekijk alle 64 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Hoe vergelijk je Nederlandse politieke partijen eerlijk met elkaar?
Lees verder →