De verkiezingen komen eraan en de stembureaus mogen dan pas in 2025 open, de plannen voor het onderwijs in 2026 liggen nu al op tafel.
▶Inhoudsopgave
Wie volgt de politiek een beetje, weet dat D66 en GroenLinks-PvdA vaak in dezelfde hoek worden geduwd. Beide partijen zijn progressief, linkser dan centrum en vinden dat de overheid moet investeren.
Maar wie kijkt naar het klaslokaal, ziet al snel verschillen. Het is niet alleen maar rozengeur en manenschijn. Waar D66 soms kiest voor hervormingen die de boel opschudden, gaat GroenLinks-PvdA voor een eerlijker systeem waarbij niemand wordt uitgesloten. Laten we eens kijken naar de plannen voor het onderwijs in 2026.
De visie op het onderwijs: Kiezen of delen?
Om te beginnen gaat het niet alleen over geld. Het gaat over hoe we naar school kijken.
D66 ziet school vooral als een plek waar je je talenten ontdekt. De partij wil dat leerlingen zich breed ontwikkelen, niet alleen rekenen en taal, maar ook creativiteit en samenwerken. GroenLinks-PvdA kijkt iets anders.
Zij leggen de nadruk op gelijke kansen. Het maakt voor hen niet uit waar je geboren bent; je moet dezelfde kwaliteit van onderwijs krijgen.
Dat klinkt logisch, maar de manier waarop ze het willen bereiken, verschilt. Beide partijen willen meer geld naar de klas. Dat is hard nodig. De klassen zitten vol en docenten lopen weg.
Maar D66 wil dat geld vaak koppelen aan prestatieafspraken. GroenLinks-PvdA wil het geld juist inzetten om achterstanden weg te werken. Twee verschillende benaderingen, maar met hetzelfde doel: beter onderwijs.
De docent: Waardering en salaris
Geen onderwijs zonder leraren. Dat is een open deur, maar het is de harde realiteit.
In 2026 staan de tekorten nog steeds hoog op de agenda. Beide partijen zijn het erover eens: de leraar moet meer verdienen. Maar hoe? D66 wil een structurele loonsverhoging, maar ze willen ook dat leraren meer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen.
Wat D66 wil
Denk aan een persoonlijk ontwikkelbudget. D66 gelooft dat als je leraren vrijheid geeft, ze beter worden in hun werk.
Ook willen ze dat leraren meer tijd krijgen voor lessen en minder voor bureaucratie.
Wat GroenLinks-PvdA wil
Dat klinkt fijn, maar de vraag is hoe je dat regelt zonder dat de werkdruk elders stijgt. GroenLinks-PvdA gaat voor een breed pakket. Zij willen niet alleen een salarisverhoging, maar ook een einde aan de flexcontracten in het onderwijs. Veel jonge leraren zitten vast in tijdelijke banen.
GroenLinks-PvdA wil vaste banen de norm maken. Daarnaast willen ze dat leraren meer tijd krijgen voor mentoraat en zorg. Want de klas van 2026 is divers en heeft steeds meer ondersteuning nodig.
Financiering: Waar komt het geld vandaan?
Beide partijen beloven flink te investeren. Maar de manier van financieren verschilt.
D66 is vaak voorstander van een mix van belastingmaatregelen en efficiënter beleid. GroenLinks-PvdA kiest voor een duidelijker linkse keuze: hogere belastingen voor de hoogste inkomens en bedrijven, en dat geld terug naar de publieke voorzieningen.
Een concreet verschil zit in de zogenaamde lumpsumfinanciering. Nu krijgen scholen een vast bedrag per leerling. D66 wil dit systeem behouden, maar wel met extra’s voor scholen die het moeilijk hebben. GroenLinks-PvdA wil de financiering eerlijker verdelen.
Zij pleiten voor een systeem waarbij scholen met meer kwetsbare leerlingen meer geld krijgen, zonder dat dit ten koste gaat van de basisfinanciering van andere scholen.
Een lastige puzzel, maar wel een die nodig is.
De school en de samenleving
De school staat niet op zichzelf. Zeker in 2026, als de samenleving verandert, is dat belangrijk.
D66 ziet scholen als broedplaatsen voor democratie. Ze willen burgerschapsonderwijs versterken, maar dan op een manier die aansluit bij de belevingswereld van leerlingen.
Denk aan debatvaardigheden en mediawijsheid. GroenLinks-PvdA kijkt breder. Zij willen dat scholen een plek worden waar de buurt samenkomt. Denk aan scholen die openstaan voor ouderavonden, sportactiviteiten en cultuur.
Maar ook willen ze dat scholen actief werken aan inclusie. Dat betekent aandacht voor lhbtq+ leerlingen, voor leerlingen met een beperking en voor leerlingen met een migratieachtergrond.
Het is een brede visie, die verder gaat dan alleen de lesstof.
Wetenschap en kritisch denken
Beide partijen vinden het belangrijk dat leerlingen leren nadenken. D66 legt hier de nadruk op via het vak wetenschappelijke vorming.
Ze willen dat leerlingen onderzoek doen, data analyseren en kritisch kijken naar bronnen. Dit sluit aan bij een wereld vol nepnieuws en desinformatie. GroenLinks-PvdA sluit hierop aan, maar legt de nadruk op maatschappelijke betrokkenheid.
Ze willen dat leerlingen niet alleen kritisch denken, maar ook actief worden in de samenleving.
Denk aan projecten waarin leerlingen werken aan duurzaamheid of armoedebestrijding. Het is een andere invalshoek, maar met dezelfde kern: leerlingen die meedenken.
Conclusie: Waar kies je voor?
De vergelijking tussen D66 en GroenLinks-PvdA op onderwijsbeleid in 2026 is geen keuze tussen goed en slecht. Beide partijen willen investeren, beide partijen willen beter onderwijs.
Het verschil zit in de focus. D66 kiest voor hervorming en ruimte voor de individuele leraar en leerling. Ze willen dat scholen de ruimte krijgen om te innoveren en dat leraren zich kunnen ontwikkelen.
Ze zijn pragmatisch en soms een beetje technocratisch. GroenLinks-PvdA kiest voor een eerlijker systeem.
Zij willen dat geld en kansen beter worden verdeeld. Ze zetten in op inclusie en een brede rol voor de school in de samenleving. Ze zijn idealistischer en meer gericht op sociale rechtvaardigheid.
Voor de leerling in 2026 betekent dit: kies je voor een school die ruimte geeft om te ontdekken (D66) of een school die zorgt dat iedereen gelijke kansen krijgt (GroenLinks-PvdA)? De keuze is aan jou, maar één ding is zeker: beide partijen zorgen voor een onderwijsstelsel dat beter is dan nu. En dat is nodig, want de klas van 2026 verdient het beste.