De verkiezingen zijn achter de rug, de stemmen zijn geteld en nu begint het echte werk: de formatie.
▶Inhoudsopgave
Als je kijkt naar de plannen voor het onderwijs in 2026, springen twee partijen eruit die vaak in dezelfde hoek worden geschaard: D66 en GroenLinks-PvdA (GL-PvdA). Beide partijen willen investeren in scholen en leraren, maar als je goed kijkt, zitten er best serieuze verschillen in hun aanpak. Ben je een docent, een student of gewoon een ouder die wil weten wat er speelt?
Laten we de plannen eens naast elkaar leggen. Want ondanks dat ze allebei progressief zijn, is de keuze voor de klas toch echt anders.
De basis: salarissen en werkdruk
Een van de grootste pijnpunten in het onderwijs is de werkdruk. Docenten lopen over, de klassen worden voller en de administratie is een crime.
GL-PvdA: Directe verlichting
Wie lost dit op? GroenLinks-PvdA pakt het pragmatisch aan. Hun focus ligt op directe verlichting van de werkdruk. Ze willen structureel meer geld naar de scholen, zodat er extra handen in de klas komen.
De focus ligt hierbij op het verlagen van de groepsgrootte in het primair onderwijs. In 2026 willen ze dat er in ieder geval in de jongste groepen niet meer dan 20 kinderen zitten.
Daarnaast willen ze de administratieve druk verminderen door bureaucratie op scholen te beperken.
Het idee is simpel: minder papierwerk, meer tijd voor de leerling. Verder pleit GL-PvdA voor een hoger minimumloon voor docenten, wat direct invloed heeft op de startsalarissen. Ze willen dat het lerarenberoep aantrekkelijker wordt door niet alleen de waardering te verhogen, maar ook de inkomensgrens op te trekken.
D66: De lerarenopleiding als basis
D66 kijkt iets meer naar de lange termijn, maar schiet ook in de actie-modus. Ze zijn groot voorstander van een forse loonsverhoging voor docenten – minimaal 10 procent bovenop de cao-afspraken.
Maar hun stokpaardje is de kwaliteit van de docent. D66 wil investeren in de lerarenopleiding en zorgen voor betere begeleiding van beginnende docenten (startbekers). Waar D66 verschilt van GL-PvdA, is hun nadruk op professionele autonomie.
D66 wil dat scholen meer vrijheid krijgen om hun eigen beleid te maken, zonder dat de overheid over hun schouder meekijkt.
Ze geloven dat als docenten zich meer vak-professional voelen, de werkdruk ook vanzelf vermindert.
De basisvaardigheden: Lezen, rekenen en taal
De afgelopen jaren is er veel te doen om de basisvaardigheden. De resultaten van leerlingen op het gebied van lezen, rekenen en taal staan onder druk.
GL-PvdA: Gelijke kansen
Beide partijen willen hier iets aan doen, maar de methoden verschillen. Voor GroenLinks-PvdA staan gelijke kansen centraal. Ze willen dat ieder kind, ongeacht de achtergrond, goed onderwijs krijgt.
Dit betekent extra investeringen in scholen in achterstandswijken. Ze willen een 'ruggensteun' voor scholen die het moeilijk hebben, zodat leerlingen niet achterop raken.
D66: Kwaliteit en excellentie
Hun aanpak is gericht op preventie: vroegsignalering van problemen en extra ondersteuning voor leerlingen die het moeilijk hebben. Ze zijn niet per se voorstander van strengere toetsen, maar willen dat scholen meer tijd en middelen krijgen om achterstanden weg te werken. D66 wil naast basisvaardigheden ook ruimte voor excellentie. Ze zijn voorstander van een stevige basis, maar vinden dat leerlingen ook gestimuleerd moeten worden om het beste uit zichzelf te halen.
D66 wil de nadruk leggen op de kwaliteit van de lesstof en de manier waarop deze wordt aangeboden. Een opvallend punt bij D66 is hun visie op het curriculum.
Ze willen dat scholen meer vrijheid krijgen om lesstof vorm te geven, zolang de basisvaardigheden maar op orde zijn. Dit in contrast met GL-PvdA, die eerder pleit voor een landelijke regie om de kwaliteit te waarborgen.
Voortgezet onderwijs en het vmbo
De overstap van basisschool naar voortgezet onderwijs is een cruciale fase. Beide partijen willen hier aandacht voor, maar met verschillende accenten.
GL-PvdA: Sterke brugklassen
GL-PvdA wil investeren in de brugklas. Ze willen dat scholen meer tijd en middelen krijgen om de overgang soepel te laten verlopen.
Daarnaast willen ze het vmbo versterken. Het vmbo wordt vaak gezien als het ondergeschoven kindje, maar GL-PvdA wil dat dit niveau meer waardering krijgt en betere doorstroommogelijkheden naar het mbo. Ze pleiten voor een betere aansluiting tussen vmbo en mbo, zodat leerlingen niet vastlopen in een systeem dat niet bij hun past. D66 wil het voortgezet onderwijs vernieuwen.
D66: Vernieuwing van het onderwijs
Ze zijn kritisch op het huidige systeem van vakken en roosters. D66 pleit voor meer flexibiliteit en maatwerk.
Ze willen dat scholen meer kunnen experimenteren met bijvoorbeeld projectonderwijs of vakoverstijgende lessen. Wat betreft het vmbo, wil D66 dat de kwaliteit van het praktisch onderwijs omhooggaat. Ze willen dat vmbo-scholen meer samenwerken met het mbo en het bedrijfsleven, zodat de aansluiting op de arbeidsmarkt beter is.
Financiering: Waar komt het geld vandaan?
Beide partijen beloven investeringen, maar hoeveel en waar vandaan? GL-PvdA wil de investeringen in het onderwijs financieren door belastingen op grote bedrijven en vermogens te verhogen.
GL-PvdA: Lastenverlichting voor lage inkomens
Ze willen dat de kosten voor onderwijs (zoals boeken en laptops) worden verlaagd of vergoed voor gezinnen met een lager inkomen. Ze zijn voorstander van een eerlijker verdeling van de welvaart, wat betekent dat de rijken meer bijdragen aan het onderwijs. D66 wil ook investeren, maar dan via een andere route.
D66: Slim investeren
Ze pleiten voor een hervorming van de belastingen, waarbij milieu meer wordt belast en arbeid minder.
Dit moet geld opleveren voor onderwijs. Daarnaast wil D66 dat scholen efficiënter gebruikmaken van hun budgetten, door samen te werken en schaalvoordelen te benutten. Beide partijen zijn het erover eens dat er meer geld naar het onderwijs moet, maar de manier waarop ze dit willen bereiken verschilt.
Conclusie: Kiezen is lastig
Als je kijkt naar de plannen voor 2026, zie je dat D66 en GroenLinks-PvdA veel overeenkomsten hebben. Beide willen investeren in leraren, de werkdruk verminderen en de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Toch zijn er duidelijke verschillen in het onderwijsbeleid.
GL-PvdA kiest voor een directe aanpak: meer geld voor klassen, lagere groepen en extra ondersteuning voor achterstandsscholen.
D66 kiest voor een meer strategische aanpak: investeren in lerarenopleidingen, professionele autonomie en vernieuwing van het curriculum. Ben je op zoek naar een partij die direct de druk uit de ketel haalt?
Dan is GL-PvdA misschien iets voor jou. Ben je meer geïnteresseerd in een langetermijnvisie waarin kwaliteit en excellentie centraal staan? Dan sluit D66 beter aan.
Uiteindelijk hangt de keuze af van wat jij belangrijk vindt in het onderwijs.
Wil je dat de overheid strengere regels stelt om de kwaliteit te waarborgen, of geef je liever meer vrijheid aan scholen en docenten? Beide partijen bieden een duidelijke visie, maar de uitvoering verschilt. Het is aan jou om te beslissen welke aanpak het beste past bij de toekomst van het onderwijs in Nederland.