Ken je dat? Je staat bij de supermarkt en ziet een foldertje liggen over een lokale stemming.
▶Inhoudsopgave
Of je ziet op het journaal dat er weer verkiezingen zijn. Soms ga je stemmen, soms blijf je thuis. Maar hoe zit dat eigenlijk met heel Nederland?
Hoe vaak gaan we wel en niet naar de stembus? In dit artikel duiken we in de ontwikkeling van de opkomst bij verkiezingen. We kijken naar de cijfers, de verschillen en vooral: waarom doen we wat we doen?
Wat is opkomst eigenlijk?
Voordat we de diepte in duiken, even een simpel begrip. Opkomst is het percentage mensen dat daadwerkelijk gaat stemmen van alle mensen die mogen stemmen.
Stel: er zijn 100 stemgerechtigden. Als er 70 gaan stemmen, is de opkomst 70 procent. Simpel, toch? Toch zit er een wereld achter deze cijfers. Het vertelt veel over hoe betrokken we ons voelen bij de politiek.
De cijfers van de Tweede Kamerverkiezingen
De meest bekende verkiezingen in Nederland zijn die voor de Tweede Kamer. Dit is het hart van onze democratie.
De opkomst hier is de afgelopen decennia behoorlijk stabiel, maar wel met een lichte daling.
Laten we even kijken naar de afgelopen jaren. In 2002 was de opkomst voor de Tweede Kamer nog ruim 80 procent. Een jaar later, in 2003, was dit ongeveer 80 procent.
In 2006 was de opkomst ongeveer 80 procent. In 2010 zakte de opkomst naar ongeveer 75 procent. In 2012 was de opkomst ongeveer 75 procent. In 2017 was de opkomst ongeveer 81 procent.
En in 2021 was de opkomst ongeveer 79 procent. In 2023 was de opkomst ongeveer 78 procent.
Het zit dus redelijk stabiel rond de 75 tot 80 procent, met hier en daar een kleine uitschieter. Waarom stabiel?
Omdat deze verkiezingen belangrijk worden gevonden. Ze bepalen wie ons land bestuurt. Mensen voelen vaak meer urgentie om te stemmen als het gaat om landelijke zaken zoals belastingen, zorg en onderwijs.
De lage opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen
Als we kijken naar de gemeenteraadsverkiezingen, zien we een heel ander beeld. Hier is de opkomst historisch laag. Neem maart 2022.
Toen was de opkomst voor de gemeenteraadsverkiezingen ongeveer 50 procent. Dat is bijna de helft van de stemgerechtigden die thuisbleef.
In 2018 was de opkomst nog ongeveer 54,5 procent. De daling is dus duidelijk zichtbaar. Waarom is dit zo?
Lokale politiek voelt vaak verder weg. Mensen weten minder goed wat een gemeenteraad doet. Ze zien de directe impact minder snel dan bij landelijke politiek. Bovendien is er minder media-aandacht voor lokale partijen en kandidaten.
Waarom blijven mensen thuis?
Het is simpelweg minder 'in the picture'. Uit onderzoek, zoals dat van Ipsos, blijken een aantal redenen.
Ten eerste is er een gebrek aan betrokkenheid. Mensen denken: "Wat maakt het uit?
Het verandert toch niks." Ten tweede is er onwetendheid. Veel mensen weten niet wat de gemeente precies doet. Denk aan openbare verlichting, vuilnisophaling en parkeerbeleid.
Dat klinkt misschien saai, maar het is wel belangrijk voor je dagelijks leven.
Een andere reden is de versplintering van partijen. In de gemeenteraad zijn er vaak veel kleine partijen. Het aanbod is groot en overzichtelijk is anders. Kiezers raken overweldigd. Ze weten niet op wie ze moeten stemmen en kiezen dan maar voor niets.
Europese en provinciale verkiezingen
Wat doen we bij Europese en provinciale verkiezingen? Hier zitten we qua opkomst tussen de Tweede Kamer en de gemeenteraad in.
De opkomst voor de Provinciale Statenverkiezingen is vaak rond de 50 tot 60 procent. Dat is al beter dan de gemeenteraad, maar nog steeds lager dan de Tweede Kamer. Europese verkiezingen (voor het Europese Parlement) doen het vaak iets beter, maar nog steeds niet top.
In 2019 was de opkomst ongeveer 41 procent. In 2024 was de opkomst ongeveer 46 procent.
Het is een stijgende lijn, maar nog steeds laag. Veel mensen weten niet goed wat het Europese Parlement doet en hoe het invloed heeft op hun leven.
Waarom verschillen de opkomsten zo?
De opkomst verschilt per type verkiezing. Dat heeft te maken met een paar factoren:
- Belangrijkheid: Hoe belangrijk vindt de kiezer de verkiezing? Bij de Tweede Kamer gaat het om de koers van het land. Bij de gemeente gaat het om straten en parken.
- Bekendheid: Landelijke politici zie je elke dag in het nieuws. Lokale politici herken je misschien niet eens.
- Urgentie: Als er een grote crisis is, stijgt de opkomst. Bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis was de opkomst voor de Tweede Kamer in 2021 relatief hoog.
- Vertrouwen: Als mensen het gevoel hebben dat politiek niet helpt, blijven ze thuis.
De rol van de overheid en campagnes
De overheid probeert de opkomst te verhogen. Denk aan de stembusgang.
Dit is een belangrijk onderdeel van de democratie. De overheid stuurt stempasjes en stemgerechtigden krijgen een uitnodiging.
Toch is dat niet genoeg. Er zijn campagnes, zoals 'Ik Stem'. Deze proberen mensen te motiveren. Soms werkt het, soms niet.
Vooral jongeren zijn moeilijk te bereiken. De opkomst onder jongeren (18-24 jaar) is vaak lager dan bij ouderen.
Dit is een zorg voor de democratie op de lange termijn.
Een historische blik
Terugkijkend in de tijd zien we een duidelijk beeld. In de jaren zestig en zeventig was de opkomst vaak hoger.
In 1967 was de opkomst voor de Tweede Kamer ongeveer 95 procent. Dat is extreem hoog. Waarom? De politiek was destijds meer een verplichting en een sociale norm. Iedereen deed het.
In de jaren negentig zakte de opkomst naar ongeveer 80 procent. Dit kwam door een grotere individualisering.
Mensen werden zelfstandiger en vroegen zich af waarom ze moesten stemmen. De stabilisatie rond de 75-80 procent in de afgelopen jaren laat zien dat we een nieuw normaal hebben gevonden. Het is niet meer vanzelfsprekend, maar wel belangrijk.
De toekomst van de opkomst
Hoe gaat het verder? De verwachting is dat de opkomst voor de Tweede Kamer stabiel blijft of misschien iets daalt.
Voor gemeenteraadsverkiezingen is de uitdaging groter. Minister Bruins Slot kondigde in 2022 een onderzoek aan naar de lage opkomst.
Het doel is om te begrijpen waarom mensen niet gaan en hoe we ze kunnen bereiken. Mogelijke oplossingen zijn het makkelijker maken van stemmen (bijvoorbeeld meer stembureaus), betere voorlichting over wat gemeenten doen, en het aantrekkelijker maken van de verkiezingen zelf. Misschien meer interactie via sociale media of digitale debatten.
Conclusie
De historische opkomst bij verkiezingen in Nederland laat een duidelijk patroon zien. Landelijke verkiezingen trekken veel stemmers, lokale verkiezingen minder.
De cijfers bewegen mee met de tijd, de urgentie en de betrokkenheid.
Het is een spiegel van hoe we als samenleving denken over politiek. Stemmen is een recht en een plicht. Of je nu gaat of niet, het bepaalt wie de touwtjes in handen heeft.
Dus de volgende keer dat je een stempas krijgt, denk even na. Wat wil je voor je wijk, je stad, je land?