Kiezers politieke betrokkenheid

Wat is de relatie tussen opleidingsniveau en politieke voorkeur in Nederland?

Femke de Vries Femke de Vries
· · 5 min leestijd

Ken je dat? Je zit gezellig een biertje te drinken met vrienden en het gesprek komt op de verkiezingen.

Inhoudsopgave
  1. Het stemgedrag: wie stemt wat?
  2. Waarom maken opleiding en inkomen zo’n verschil?
  3. De opkomst: wie gaat er wel of niet naar de stembus?
  4. De tweedeling in de samenleving
  5. Conclusie: Een kloof die vraagt om aandacht

De een zweert bij GroenLinks-PvdA, de ander vindt dat je vooral op de VVD moet stemmen voor economische stabiliteit, en je neefje is weer enorm fan van de PVV.

Als je dan doorvraagt, blijkt er vaak één gouden draadje te zijn: opleidingsniveau. Het is misschien niet het eerste waar je aan denkt, maar je diploma is een van de sterkste voorspellers van hoe je politiek denkt. In Nederland is die scheidslijn tussen lager en hoger opgeleiden de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden. Laten we dat eens scherp uitzoeken, zonder ingewikkelde theorieën, maar met de harde realiteit.

Het stemgedrag: wie stemt wat?

Om te beginnen is het goed om te weten wat we precies bedoelen met 'laag' en 'hoog' opgeleid. In Nederland wordt vaak gesproken over mbo-niveau 1 en 2 (of lager) aan de ene kant, en hbo en wo aan de andere kant.

De politieke voorkeur verschilt hierin spectaculair. Als we kijken naar de Tweede Kamerverkiezingen, dan zien we een duidelijk patroon.

Partijen als GroenLinks-PvdA, D66 en Volt scoren beduidend beter onder mensen met een universitaire opleiding. Deze groep hoogopgeleiden stemt vaker op partijen die zich richten op klimaat, internationalisering en sociale vrijheden. Aan de andere kant van het spectrum vinden we partijen als de PVV, het CDA en in mindere mate het CDA.

Deze partijen hebben een relatief sterke achterban onder mensen met een lagere opleiding. Het is een verschuiving die je niet kunt missen als je de cijfers van het CBS en de Democratie Monitor bekijkt. Waar vroeger de klassieke verdeling (arm vs rijk) dominant was, is nu de 'diploma-kloof' de nieuwe breuklijn in de samenleving. Het gaat hierbij niet alleen om wie er wél stemt, maar ook om wie er niet stemt. Uit onderzoek blijkt dat mensen met een lager opleidingsniveau vaker thuisblijven op verkiezingsdag.

Waarom maken opleiding en inkomen zo’n verschil?

Je vraagt je misschien af: waarom bepaalt je schoolopleiding zo sterk je politieke voorkeur? Het antwoord ligt in een mix van economische belangen en wereldbeeld.

De economische factor

Om te beginnen is er de economische kant. Mensen met een hogere opleiding hebben vaak een betere positie op de arbeidsmarkt en een hoger inkomen. Zij hebben minder directe last van economische tegenslagen en zijn vaak meer gebaat bij een open, internationale economie.

Partijen die zich inzetten voor vrije handel en innovatie spreken deze groep dus aan.

De culturele factor

Mensen met een lagere opleiding hebben vaak een kwetsbaardere positie op de arbeidsmarkt. Zij zijn gevoeliger voor economische crises en globalisering, omdat hun banen vaak makkelijker verdwijnen of worden overgenomen door technologie. Hierdoor voelen zij zich sneller aangetrokken tot partijen die zich richten op bescherming van de eigen economie en de verzorgingsstaat. Naast geld speelt er iets anders mee: hoe je naar de wereld kijkt.

Onderzoekers spreken wel van een 'culturele verklaring'. Hoogopgeleiden hebben vaak een meer 'open' houding ten opzichte van andere culturen, internationalisering en verandering.

Zij zien globalisering als een kans. Lager opgeleiden hechten vaak meer waarde aan traditie, veiligheid en herkenbaarheid. Zij kunnen zich bedreigd voelen door snelle maatschappelijke veranderingen, zoals de komst van migranten of de invoering van nieuwe regels. Dit hoeft geen waardeoordeel te zijn; het is simpelweg een andere manier om de wereld te ervaren, gebaseerd op je eigen levensomstandigheden.

De opkomst: wie gaat er wel of niet naar de stembus?

Een ander cruciaal punt is de opkomst. Het is een open geheim in de Nederlandse politiek: hoe hoger je opleiding, hoe waarschijnlijker het is dat je gaat stemmen. Uit analyses van het CBS blijkt dat het verschil in opkomst tussen lager en hoger opgeleiden aanzienlijk is.

Bij gemeenteraadsverkiezingen is dit verschil nog groter dan bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Waarom is dit belangrijk? Omdat politieke partijen hun beleid automatisch meer afstemmen op de groep die wél stemt.

Als hoogopgeleiden vaker naar de stembus gaan, krijgen hun belangen automatisch meer gewicht in Den Haag. Dit kan een selffulfilling prophecy worden: beleid sluit beter aan bij hoogopgeleiden, waardoor lager opgeleiden zich minder gehoord voelen en nog minder gaan stemmen.

De tweedeling in de samenleving

Deze ontwikkeling zorgt voor een duidelijke tweedeling, niet alleen in stemhokjes, maar ook in de manier waarop we met elkaar praten. Het fenomeen van de 'verzuiling' is terug, maar nu niet meer op basis van religie (katholiek of protestant), maar op basis van opleiding.

Stel je voor: je woont in een stad als Amsterdam of Utrecht, waar de concentratie hoogopgeleiden hoog is.

Daar zie je vooral partijen als GroenLinks-PvdA en D66 domineren. Rijd je naar een regio in Flevoland of Limburg, waar de bevolking gemiddeld genomen een lager opleidingsniveau heeft, dan zie je een compleet ander politiek landschap, met sterke scores voor de PVV of het CDA. Deze scheiding is gevaarlijk voor de samenhang in het land.

Het leidt tot een situatie waarin mensen uit verschillende opleidingsgroepen elkaar steeds minder spreken en minder begrip hebben voor elkaars stem. De 'boze burger' versus de 'elitaire linkse kiezer' is een beeld dat in de media en aan de keukentafel steeds vaker terugkomt.

Conclusie: Een kloof die vraagt om aandacht

De relatie tussen opleidingsniveau en politieke voorkeur is in Nederland duidelijk en hardnekkig. Hoogopgeleiden stemmen vaker op progressieve partijen die zich richten op klimaat en internationalisering, terwijl lager opgeleiden vaker kiezen voor partijen die zich richten op bescherming en traditie.

Bovendien gaat de hoogopgeleide kiezer vaker naar de stembus, wat hun stem nog zwaarder laat wegen.

Het is geen kwestie van slim of dom zijn, maar van hoe je leven eruitziet en wat je belangrijk vindt. Toch is het een ontwikkeling die we niet moeten negeren. Een gezonde democratie heeft een stem van iedereen nodig, ongeacht het diploma op zolder. Het begrijpen van deze relatie helpt ons niet alleen om de politiek beter te snappen, maar ook om de gesprekken aan tafel iets minder pittig en iets begripvoller te maken.


Femke de Vries
Femke de Vries
Gemeenteraad expert en politiek commentator

Femke analyseert lokale politiek en burgerparticipatie in Nederland.

Meer over Kiezers politieke betrokkenheid

Bekijk alle 40 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Waarom is politieke betrokkenheid belangrijk voor gewone burgers?
Lees verder →