Ken je dat? Je zit voor de buis, je ziet een politicus vurig beloven dat ze iets gaan oplossen. Iedereen juicht.
▶Inhoudsopgave
Een jaar later zit je weer voor de buis en stemt diezelfde politicus precies het tegenovergestelde. Je krabt je achter je oren en denkt: “Hé, wacht even. Dit klopt toch niet?” Het is een oud zeer in de politiek: een gat tussen mooie praatjes en wat er daadwerkelijk in de Tweede Kamer gebeurt. Wij gingen op zoek naar het antwoord op een vraag die veel kiezers bezighoudt: welke partij is het meest consistent?
We keken niet naar de glimmende campagnefolders, maar naar de daadwerkelijke stemmen in de Kamer. Wie doet wat hij belooft? Laten we de balans opmaken.
De meetlat: hoe meten we dat eigenlijk?
Om eerlijk te zijn, volledige consistentie bestaat niet. De politiek is een spel van compromissen.
Soms moet je een beetje water bij de wijn doen om een groter doel te bereiken.
Toch kun je een partij wel op een aantal harde criteria afrekenen. We kijken naar de zogenoemde ‘stemafspraken’. Een partij kan in het verkiezingsprogramma van Partij X roepen: “We willen meer geld naar de zorg.” Maar als ze in de formatie met Partij Y afspreken: “We doen het nu even niet”, dan is de keuze snel gemaakt.
De partij die dan toch voor extra zorggeld stemt, is consistent. De partij die braaf het regeerakkoord volgt, is dat minder. We kijken dus naar de Kamerleden die hun eigen partijleider soms links laten liggen om hun belofte aan de kiezer na te komen.
De VVD: de meester van de flexibiliteit
Laten we beginnen met de grootste partij van de afgelopen jaren: de VVD. Deze partij staat erom bekend pragmatisch te zijn. “Wij doen wat nodig is,” is hun motto.
Dat klinkt sterk, maar het betekent in de praktijk vaak dat de principes wat oprekken. Als we kijken naar de afgelopen jaren, zien we een partij die vaak de grootste verantwoordelijkheid draagt in een kabinet. Dat betekent dat ze vaak water bij de wijn moeten doen.
Neem bijvoorbeeld de woningbouw. De VVD beloofde jarenlang de huizenmarkt te regelen, maar in de praktijk zagen we vooral beleid dat de markt haar gang liet gaan.
De consistentie tussen belofte en daadwerkelijke stem is hier soms ver te zoeken. Ze stemmen vaak mee met het kabinetsbeleid, ook als dat afwijkt van hun eigen verkiezingsprogramma. Dat is geen kwaadwillendheid, maar een gevolg van regeren. Toch is het voor de kiezer die specifiek op een bepaalde koers stemde, vaak een teleurstelling.
De PVV: de onvoorspelbare eenling
Als we kijken naar de PVV, dan is het beeld complex. Geert Wilders is vaak duidelijk in zijn uitspraken, maar zijn stemgedrag in de Kamer kan soms verrassend zijn.
De PVV zit vaak in de oppositie, wat betekent dat ze makkelijker kunnen stemmen zoals ze willen zonder rekening te houden met een regeerakkoord. Toch is er een interessant fenomeen bij de PVV. Soms stemt de partij ineens mee met linkse partijen om een motie erdoor te krijgen, of juist met rechtse partijen om een wetsvoorstel tegen te houden. Dit maakt ze lastig te vangen in een hokje van consistentie.
Ze zijn vaak wel trouw aan hun eigen kernpunten (zoals immigratie), maar over andere onderwerpen kan de wind ineens draaien. Het is een partij die soms meer lijkt te handelen vanuit emotie of momentopname dan vanuit een starre lijn.
De linkse kerk: principieel of vastgeroest?
Bij de linkse partijen zoals GroenLinks-PvdA, SP en D66 (die we soms ook meetellen in dit spectrum) zien we een ander beeld. Deze partijen zijn vaak heel principieel.
Ze hebben een duidelijk ideologie en daar wijken ze zelden van af. Neem de SP. Deze partij is historisch gezien zeer consistent.
Ze zijn altijd tegen de vermarkting van de zorg en altijd voor een sterke verzorgingsstaat.
Je weet precies wat je krijgt. Echter, hier zit ook een valkuil. Partijen die te principieel zijn, stemmen vaak tegen wetten die voor 80% goed zijn, omdat ze de overige 20% niet zien zitten. Dit leidt ertoe dat ze soms weinig weten te bereiken in de Tweede Kamer.
Hun stemgedrag is weliswaar consistent met hun belofte, maar de impact op de daadwerkelijke politiek kan klein zijn. D66 profileert zich als progressief en liberaal, maar heeft de afgelopen jaren een flinke identiteitscrisis doorgemaakt.
In de oppositie zijn ze fel, maar in de coalitie stemmen ze vaak mee met maatregelen die hun achterban niet altijd zien zitten. Denk aan de toeslagenaffaire of de stikstofcrisis. Hier zien we een gat tussen de progressieve belofte en de harde realiteit van de coalitie.
De ChristenUnie en het midden: stil water
Partijen in het midden, zoals de ChristenUnie en het CDA, zijn vaak de stabilisatoren.
Hun stemgedrag is over het algemeen voorspelbaar omdat ze zelden grootse uitslagen maken. De ChristenUnie is vaak consistent in hun morele kompas, vooral op het gebied van zorg en gezin.
Ze zijn een partij die graag wil regeren en daarom zelden dwarsliggen, tenzij het om hun kerndoelen gaat. Het CDA heeft de afgelopen jaren wat turbulentie gekend, maar historisch gezien is het een partij die houdt van besturen. Hun stemgedrag is vaak gericht op stabiliteit, wat betekent dat ze soms afspraken nakomen die ze in een regeerakkoord hebben gemaakt, ook als de achterban daar wat op afknapt.
Hoe vind je de waarheid?
Er zijn websites en organisaties die dit soort zaken bijhouden, zoals Stemgedrag.nl of de Kieswijzer. Maar zelfs die cijfers kunnen verwarrend zijn.
De truc is om te kijken naar de moties. Een motie is een voorstel om iets te veranderen.
Als een partij roept “we moeten de huizenbouw versnellen”, maar stemt tegen een motie die dat specifiek gaat regelen, dan heb je een directe mismatch. Een handige tip voor de kiezer: kijk niet alleen naar de grote verhalen in de media, maar zoek op wat een partij gestemd heeft over specifieke onderwerpen die jou raken. Is er een partij die altijd voor de zorg stemt? Of een partij die altijd voor het klimaat stemt, ongeacht de druk van bovenaf?
Conclusie: wie wint de prijs voor consistentie?
Als we kijken naar de afgelopen jaren, is er geen partij die 100% perfect scoort.
De politiek is nu eenmaal een worsteling. Echter, als we kijken naar een partij die weinig compromissen sluit en vaak stemt zoals ze beloven, dan springen de kleinere partijen eruit.
Partijen als de Partij voor de Dieren of de SP scoren vaak hoog op consistentie. Ze zitten zelden in de coalitie, waardoor ze hun principes makkelijker kunnen vasthouden. De VVD en D66 scoren als partijen die bereid zijn om water bij de wijn te doen voor het landsbelang, wat resulteert in een lagere consistentie tussen belofte en stemgedrag op specifieke punten. De PVV is een wildcard; soms extreem consistent op hun kernthema’s, maar wisselvallig daarbuiten.
Uiteindelijk is de meest consistente partij de partij die jij zelf het belangrijkst vindt.
Als jij waarde hecht aan een specifiek thema, zoals klimaat of immigratie, dan is het zaak om te kijken wie daar daadwerkelijk op gestemd heeft, ongeacht de mooie praatjes. Want laten we eerlijk zijn: een stem is pas echt jouw stem als de partij hem uitbrengt zoals hij beloofd heeft.