Verkiezingsbeloften partijen per thema

Wat beloofden partijen over koopkracht en wat hebben burgers gevoeld?

Femke de Vries Femke de Vries
· · 5 min leestijd

De afgelopen jaren voelde het alsof we in een achtbaan zaten. Eerst was er corona, en daarna kregen we te maken met een nieuwe uitdaging: de inflatie.

Inhoudsopgave
  1. De inflatiegolf: hoe het begon
  2. De plannen van de regering: korte-termijn hulp
  3. Hoe burgers het echt voelden: de harde cijfers
  4. Prijsontwikkelingen: wat werd er nou echt duurder?
  5. Conclusie: een kloof tussen belofte en gevoel

Vooral in 2022 en 2023 werden we geconfronteerd met extreem hoge prijzen in de supermarkt en aan de pomp. Tegelijkertijd deden politieke partijen veel beloften om dit te stoppen. In dit artikel kijken we eerlijk terug: wat beloofden politici eigenlijk over koopkracht, en wat hebben burgers daadwerkelijk gevoeld?

De inflatiegolf: hoe het begon

Het begon eind 2021. Tot dan toe was de inflatie laag, maar plotseling stegen de prijzen hard.

In november 2021 meldde De Nederlandsche Bank (DNB) een inflatie van 4,4 procent.

Dat klinkt misschien abstract, maar het betekende simpelweg dat boodschappen en rekeningen duurder werden. In 2022 en 2023 bleef deze stijging doorzetten. De piek werd bereikt in maart 2023, toen de inflatie op 10,7 procent stond.

Dat is ruim tien procent duurder dan een jaar daarvoor. De oorzaken waren duidelijk: de oorlog in Oekraïne zorgde voor hoge energieprijzen, en de wereldwijde leveringsketens liepen vast. Voor de gewone Nederlander betekende dit: minder koopkracht.

De plannen van de regering: korte-termijn hulp

De regering, onder leiding van Mark Rutte (VVD), moest iets doen. De aanpak bestond vooral uit maatregelen op de korte termijn.

Een bekende stap was het verlagen van de btw. Vanaf november 2022 werd de btw op energie tijdelijk verlaagd van 21 procent naar 9 procent (niet 17 procent zoals soms werd gedacht, maar nog steeds een verlaging).

Ook verdween de btw op basisbehoeften zoals groenten en fruit tijdelijk van 6 procent naar 0 procent. Daarnaast kregen huishoudens met een laag inkomen een eenmalige energietoeslag van 200 euro. Het idee was simpel: de burgers moeten nu even ademhalen.

De kritiek van de oppositie

De regering hoopte dat deze maatregelen de grootste pijn zouden verzachten zonder de economie te veel te ontregelen. De oppositie was veel kritischer. Zij vonden de maatregelen van het kabinet te kortzichtig. De PvdA, onder leiding van Lilian Marijnissen, pleitte voor structurele oplossingen.

Zij wilden niet alleen tijdelijke lastenverlichting, maar een structurele verhoging van het minimumloon en de uitkeringen.

Volgens de PvdA was de inflatie een gevolg van jarenlang bezuinigen op de sociale zekerheid. De SP ging nog verder.

Zij eisten een 'inflatiecompensatie' voor iedereen, niet alleen voor de laagste inkomens. De SP was fel tegen de winsten van multinationals en wilde dat bedrijven meer belasting gingen betalen om de lasten voor burgers te verlagen. De Groenen (GroenLinks), onder leiding van Jesse Klaver, keken naar de gedane beloften over lagere energierekeningen en de oorzaak van de energieprijzen.

Zij stelden dat de hoge gasprijzen kwamen door onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.

Hun oplossing was een versnelde overstap op groene energie en een groene inflatiecompensatie voor huishoudens die de beloofde verlichting hard nodig hadden.

Hoe burgers het echt voelden: de harde cijfers

Terwijl politici debatteerden, voelden burgers de pijn in hun portemonnee. Een onderzoek van het Nibud in november 2023 liet een zorgwekkend beeld zien: 44 procent van de huishoudens had moeite om rond te komen.

Dat is bijna de helft van Nederland. De stijgende prijzen van boodschappen, energie en benzine zorgden ervoor dat er minder geld overbleef voor leuke dingen. Veel mensen moesten bezuinigen op uitjes, kleding en vakanties.

Het gevoel van 'keuzes maken' werd dagelijks realiteit. Een peiling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in december 2022 bevestigde dit.

De frustratie over de maatregelen

Daaruit bleek dat 68 procent van de huishoudens de inflatie als een groot probleem zag. De angst voor een verslechtering van de financiële situatie was groot, vooral onder mensen met een laag inkomen. Veel burgers voelden zich in de steek gelaten, omdat ze de maatregelen vaak te laat of te ingewikkeld vonden. Er was veel frustratie over de manier waarop de hulp werd ingezet.

De verlaging van de btw op boodschappen werd door velen gezien als een 'politieke stunt'. Het hielp, maar het was maar een druppel op een hete plaat.

De eenmalige energietoeslag van 200 euro dekte zelden de werkelijke stijging van de energierekening, die soms wel verdubbelde. De PvdA en de SP kregen hierdoor veel steun. Burgers die zich afvroegen wat partijen beloofden over koopkracht, zagen deze partijen als een stem voor de gewone man. De Groenen kregen steun van mensen die zich zorgen maakten over het klimaat, maar hun plannen werden ook wel als complex en lastig te implementeren gezien.

Prijsontwikkelingen: wat werd er nou echt duurder?

Om de impact echt te begrijpen, kijken we naar specifieke prijsstijgingen. Het ging niet alleen om de gemiddelde inflatie, maar om wat er in de winkelwagen lag. Natuurlijk waren er ook producten die minder hard stegen, zoals bepaalde elektronica zoals computers en smartphones.

  • Boodschappen: In 2023 stonden de prijzen van voedingsmiddelen gemiddeld 11,8 procent hoger dan het jaar ervoor. Dit was de hoogste stijging in decennia.
  • Energie: De prijzen voor gas en elektriciteit schoten omhoog. Gas werd in 2022 soms meer dan 136 procent duurder, elektriciteit met zo'n 93 procent.
  • Brandstof: Rijden werd flink duurder. Benzine en diesel stegen in 2023 met ongeveer 32 procent in prijs.
  • Vlees en zuivel: Ook deze basisproducten werden fors duurder, met stijgingen van respectievelijk 8,5 procent en 7,3 procent.

Maar voor de dagelijkse boodschappen en de energierekening was de impact enorm.

Dit zorgde voor het gevoel dat de inflatie niet eerlijk werd verdeeld; de basisbehoeften werden het hardst geraakt.

Conclusie: een kloof tussen belofte en gevoel

De inflatiegolf van 2022 en 2023 heeft een diepe indruk achtergelaten op de Nederlandse samenleving. De beloften van politieke partijen liepen uiteen: van tijdelijke lastenverlichting door het kabinet tot structurele loonsverhoging door de oppositie. Wat burgers echter echt voelden, was een constante druk op de financiën.

Ondanks de maatregelen zoals de btw-verlaging en de energietoeslag, bleef de koopkracht achter.

De cijfers van het Nibud en het CBS laten zien dat een groot deel van Nederland moeite had om de eindjes aan elkaar te knopen. De maatregelen waren misschien goed bedoeld, maar voor velen voelden ze onvoldoende en te laat.

De politiek moet de komende jaren laten zien dat ze de lessen van deze periode hebben geleerd. Herstel van koopkracht is niet alleen een economische kwestie, maar vooral een kwestie van vertrouwen en gevoel.


Femke de Vries
Femke de Vries
Gemeenteraad expert en politiek commentator

Femke analyseert lokale politiek en burgerparticipatie in Nederland.

Meer over Verkiezingsbeloften partijen per thema

Bekijk alle 80 artikelen in deze categorie.

Naar categorie →
Lees volgende
Wat is een verkiezingsbelofte en hoe bindend is die eigenlijk?
Lees verder →